621037_106373179537038_1645820041_o
Dit interview verscheen eerder op www.debuitenlandredactie.nl

“Ik zal Nederland zeker gaan missen. Mijn fiets, kibbeling, haring, mijn liefde voor structuur. Maar ik hoop nu eindelijk naar een land te gaan wat ik thuis kan gaan noemen.” Ahmend Al-Rawi staat op het punt om te vertrekken naar Canada. Oorspronkelijk komt hij uit Irak, waar hij tijdens de Amerikaanse overheersing als freelance radiojournalist werkte en communicatiemedewerker van het Rode Kruis was. Daarna heeft hij in verschillende landen aan zijn academische carrière gewerkt. Hij schreef het boek ‘Media practices in Iraq’ en deed veel onderzoek naar media in de Arabische wereld.

Hoe is uw persoonlijke ervaring met de media in Irak?

“Net na de invasie van de VS in 2003 heb ik als correspondent gewerkt voor Pacific Radio Network, een anti-oorlog radiostation uit Amerika. Ze waren erg kritisch op hun thuisland en de invasie. Ik rapporteerde over de veranderde levens van Irakezen en bijvoorbeeld over de misstanden in de gevangenissen. Er gebeurde veel wat niet terug te zien was in de doorsnee media. Tijdens mijn werk bij het Rode Kruis heb ik veel menselijk leed gezien. Vooral de clusterbommen die door de VS gebruikt werden zorgden voor nare beelden.”

Wat is uiteindelijk de reden geweest om weg te gaan uit Irak?

“We hebben het land verlaten vanwege het gevaar voor ons leven. Ik kreeg geen persoonlijke bedreigingen, maar media en internationale hulporganisaties waren doelwit. Tijdens de aanslag op het Rode Kruis gebouw in Bagdad ben ik een aantal van mijn collega’s verloren. In een chaotisch land maken verschillende partijen geen onderscheid tussen onschuldige burgers, hulporganisaties en degenen die opzettelijk kwaad doen.”

Wat is de rol van de media tijdens de nasleep van de oorlog?

“Dat hangt zo sterk af van de politieke partij die de bepaalde mediaorganisatie steunt. Het Iraqi Media Network (IMN) bijvoorbeeld. Dit is opgericht door Amerika met als bedoeling dat het een soort BBC zou worden, een publieke omroep. Maar het IMN is altijd afhankelijk geweest van de regerende partijen en is dus ook altijd erg gekleurd. Sommige andere kanalen die kritisch waren op de aanwezigheid van de VS, werden overgeplaatst naar andere landen.”

Wat zijn andere manieren om persvrijheid aan banden te leggen?

“Journalisten worden continu bedreigd. Een bekend voorbeeld is dat van een kleine krant in een van de zuidelijke provincies. Deze  schreef dat het leger gewelddadig was en de maatschappij schaadde. Op de dag na de publicatie werd er een handgranaat in het gebouw gegooid. Dit was een duidelijke waarschuwing. Het journalistieke beleid van deze krant werd veranderd. Als je geluk hebt krijg je een waarschuwing, maar je kunt ook vermoord worden. Dus wat is dit voor journalistiek?”

Is er onderscheid tussen overheidsmedia en commerciële media?

“Er zijn wel wat commerciële media. Ze focussen zich bijvoorbeeld op business of entertainment en proberen zo a-politiek mogelijk te zijn. Maar er is wel invloed van de overheid, bijvoorbeeld door het aanbieden van goed betaalde advertenties. Macht is bij degenen die het geld hebben. Dat is in het Westen ook zo.”

Wat is het verschil tussen de werkwijze van lokale en internationale journalisten?

“Er zijn enorm veel verschillen. Buitenlandse journalisten hebben veel meer middelen, betere logistieke en meer financiële ondersteuning en een beter netwerk. Lokale journalisten hebben haast niets. Bovendien kunnen internationale journalisten elk moment het land verlaten als het te gevaarlijk wordt, terwijl lokale journalisten vast zitten in Irak. Zij moeten dus veel voorzichtiger zijn. Door hun religie kunnen zij niet van de ene plek naar de andere reizen. Ze worden dan gezien als spion. Binnen IMN vallen de meeste slachtoffers in soennitische gebieden. Ze worden vaak aangevallen door burgers zelf, simpelweg doordat ze met de overheid geassocieerd worden.”

Hoe is de berichtgeving over ISIS in Irak zelf in verhouding met die in westerse media?

“Er is geen journalistiek in Irak. Je kunt geen journalist zijn te midden van al deze bewapende groepen. Daarnaast, het ligt eraan wat je leest. Het is soms zelfs vermakelijk om te zien hoe de verschillende kanalen elkaar tegenspreken. Niemand weet wat er gaande is. Nederlandse media geven geen compleet beeld, dat is ook haast onmogelijk gezien de situatie. Je laat je mensen nu niet naar Mosul gaan en hun leven riskeren voor een verhaal. De waarheid zal zich openbaren. Misschien nu niet, maar wel later.”

De lokale bevolking weet wel wat er gaande is. Is er een vorm van burgerjournalistiek en welke rol spelen sociale media daarin?

“Er is wel wat burgerjournalistiek, maar dit is erg beperkt. Recent werden alle social media sites geblokt in de soennitische delen van het land. Het argument van de overheid was dat ze ISIS wilde stoppen, maar hier raakt ze natuurlijk ook anderen mee die wel neutraal zijn.”

Hoe liggen de machtsverhoudingen tussen de Iraakse overheid, ISIS en de journalisten?

“Journalisten zijn niet zichtbaar in dit plaatje. Zelfs buitenlandse journalisten niet. De berichten die je hoort zijn van ISIS zelf of van locals. Er zijn ook andere opstandige groepen. Bepaalde stammen voelden zich gemarginaliseerd en rebelleren tegen de centrale overheid. In een dergelijke context is het onmogelijk om objectief verslag te doen. Als je ook maar iets kritisch over ISIS of een rebellengroep zegt, wordt je vermoord. Zo kun je toch niet werken? Maar mensen hebben nog het meeste angst voor de overheid, dat er weer bombardementen zullen plaatsvinden zoals in Fallujah een aantal jaar geleden. Dat is waar ze bang voor zijn, dat de overheid wraak neemt. Kun je het je voorstellen? De inwoners voelen zich comfortabeler met Al Qaida dan met hun eigen overheid. Wat voor overheid heb je dan? Onze enige hoop is dat er goed opgeleide, welwillende politici komen die denken in het belang van Irak. Want alleen als er een democratie komt, kan er echte journalistiek ontstaan.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *