Klaartje Jaspers werkte jarenlang als journalist in Zambia. Een land dat voor veel Nederlanders onbekend en voor Nederlandse media niet interessant is. Toch hield ze het er lang vol. Ze schreef voor onder meer de Volkskrant, De Groene Amsterdammer en Vice Versa, maar ook voor Zambiaanse en Namibische media. Nu woont ze weer in Nederland, maar heeft nog altijd heimwee.

Waarom koos je voor Zambia?

“Mijn afstudeeronderzoek voor ontwikkelingsstudies deed ik in Namibië. Dat was in ’98, acht jaar na de afschaffing van de apartheid daar en dat merkte je nog goed. Ik woonde op de grens met Angola en ontmoette daar ook Zambianen. Zij leken veel vrijer, gebruikten nieuwe argumenten, toonden zich veel kritischer. Daarnaast stond Zambia bekend als een ‘onderontwikkeld’, onbekend land; verhalen over eigenzinnige leiders en modderwegen. Dat trok me wel. Zambia bleek vooral ook erg praktisch. Het is Engelstalig en het was al lang onafhankelijk, de mensen leken veel vrijer om te gaan met blanken. En ik kon daarvandaan makkelijk naar buurlanden zoals Angola en Tanzania reizen.”

Je wist van tevoren dat het daar lastig werd geld te verdienen, maar je bent toch gegaan…

“Ja, maar ik houd wel van ‘ruige’ omstandigheden. Ik vind het niet erg om van een klein budget te leven en op een plek te wonen die mensen in Nederland bestempelen als een sloppenwijk. Ik zag het eerder als een soort verrijking, omdat je dan het leven meer meemaakt zoals de meeste mensen dáár het meemaken. Ik wilde het ‘zielige beeld van Afrika’ bijstellen door vooral andersoortige, positieve verhalen te brengen, dus het was soms lastig om een insteek te vinden die voor Nederlandse media interessant was. Vaak hoorde ik: “Het is te complex”, en dan werd juist de informatie die ik relevant vond uit het stuk gehaald. Dat is erg jammer. Nu probeer ik meer met datajournalistiek te werken om die complexe verhalen inzichtelijk te maken.”

Ben je journalist geworden vanuit idealisme?

“Toen ik daar was, zag ik iets anders dan wat ik in de Nederlandse berichtgeving zag. Die beeldvorming klopte niet. Nieuws is vaak negatief. In Nederland kun je dat zelf in perspectief plaatsen, want je weet wat er op straat gebeurt. Maar als het over een land ver weg gaat, kun je dat niet zo goed en krijg je een heel raar beeld. Ik zag het wel als mijn taak om dit beeld bij te stellen.

Het heeft ook te maken met een gevoel van onrecht. Ik kwam daar leuke en getalenteerde mensen tegen waar ik iets van leerde, terwijl er in Nederland veel zelfvoldane mensen zijn die denken alles te weten en hen als slachtoffers en zielige mensen afschilderen. Ik mis in Nederland het respect voor de mensen daar.”

Zijn je idealen in de afgelopen jaren veranderd?

“Nee, ik vind het nog steeds heel belangrijk om mensen te confronteren met verhalen van mensen die ze niet goed kennen, waar ze bang voor zijn of die ze veroordelen. Dat gold en geldt in Zambia, in Nederland, in de wetenschap, in ‘probleem’-wijken. Het is universeel. Als ik publiceer, wil ik vaak vastgeroeste ideeën losweken, nieuwe informatie aanreiken, alternatieven suggereren. Ik denk dat ze daar hier soms meer behoefte aan hebben dan in Zambia, al hoop ik natuurlijk dat het mes aan beide kanten snijdt.

Journalistiek moet een beroep zijn waarin geld niet leidend mag zijn. Het huidige medialandschap is daar wel op gericht. Een oplossing is dan het creëren van je eigen medialandschap, zoals ik heb gedaan met Kambisa! (Klaartje’s alternatieve mediaplatform, red). Toentertijd kwamen in de Zambiaanse media alleen politici en investeerders aan het woord. Ik wilde andere geluiden laten horen, zowel in Nederland als in Zambia. Financieel is dat lastig, zeker als je aan je onafhankelijkheid hecht.  In de traditionele media zitten we nu op een dood punt. Offline betaalt niet meer, online nog niet. Maar de bestaansreden voor ongebonden journalistiek en vrije informatievoorziening is nu misschien wel groter dan ooit, en we hebben nieuwe middelen: open source software, open data, nieuwe technologie, nieuwe groepen gebruikers. Het komt wel weer goed. Kwalitatief gaat het misschien al beter, we moeten alleen samen nog oplossingen vinden om er ook van te kunnen eten.”

Journalistiek wordt ook steeds persoonlijker, iets wat jij vermijdt. Wat voor gevolgen heeft dat voor je werk?

“Het gaat erom of je integer bent. Ik blijf graag anoniem. Dat komt ook uit de tijd dat ik undercover in Zimbabwe werkte. Ik wilde gewoon niet herkenbaar zijn. Het heeft ook met veiligheid te maken. Soms verdwenen er ineens bestanden van mijn computer als ik met politiek gevoelige dingen bezig was. Ik heb geen afkeer van journalisten die zelf in de spotlight staan, maar persoonlijk hoef ik dat niet. Een voorbeeld is Bram Vermeulen en zijn serie Dwars door Afrika. Ik had een soortgelijk idee voorgelegd bij een andere publieke zender, maar die zeiden de mankracht niet rond te krijgen. Een paar maanden later was Bram op TV met een aflevering over de mijnbouw in Zambia waarin hij bijna iedereen sprak, die ik een jaar eerder gesproken had. Dat is dan jammer voor mij, maar hij verdient het. Hij heeft de contacten en de autoriteit opgebouwd, en misschien ook wat geluk gehad. Uiteindelijk ben ik blij dat het onderwerp onder de aandacht is gekomen. Volgens mij heeft ‘ie dat goed gedaan.“

Zou je achteraf dingen anders aangepakt hebben?

“Nederland is klein, dus je moet meer daarbuiten denken. Belgische en Engelstalige media kun je sowieso al snel benaderen. Maar je moet ook verder kijken. Rusland en China hebben bijvoorbeeld interesse in Zambia – misschien had ik daarmee kunnen samenwerken. Anderzijds is het ook niet makkelijk goede mediapartners te vinden. Ik dacht ooit verhalen aan de Canadese pers te kunnen verkopen, omdat veel bedrijven daar belangen hebben in de mijnbouw. Maar ik heb die contacten niet en dan vallen je mailtjes toch op koude grond. Uiteindelijk krijg ik al mijn opdrachten op basis van vertrouwen: mensen die je kennen, en weten wat je waard bent.

Destijds behandelde ik geld misschien teveel als een hinderlijke bijzaak. Die houding geeft misschien wat inhoudelijke vrijheid, maar kan je er ook van weerhouden je publiek te bereiken. Waarschijnlijk had ik vooraf een beter plan moeten hebben: waar zijn mensen in geïnteresseerd en wat kan ik daarmee? Ik ben nogal nieuwsgierig, en wil graag begrijpen hoe dingen tot stand komen. Daardoor heb ik vaak de inhoud al voordat ik op zoek ga naar het passende platform. Dat kan ook andersom. Nu schrijf ik nog steeds over thema’s die gerelateerd zijn aan zuidelijk Afrika, maar ik plaats het in een wereldwijd perspectief. De corruptie in de mijnindustrie treft ook Westerse landen.”

Heb je tips en adviezen voor jonge journalisten die de ambitie hebben naar een onbekend land af te reizen?

“Sowieso gaan. Het is overal goed voor, behalve voor je bankrekening. Je ontwikkelt jezelf en het is een onwijs mooie ervaring. Je moet wel in staat zijn om de controle los te laten. De manier waarop jij ergens tegenaan kijkt is misschien niet dé manier. Ik heb ooit een documentaire gemaakt over lichamelijk gehandicapten, die ondanks dat ze totaal geen hulp kregen, wél iets maakten van hun leven. Dat leek me een goede manier om een ander beeld van Afrika mee te geven: mensen zijn zelfvoorzienend, ze zijn bikkels en ze kunnen wel wat. In Zambia vond iedereen het een hele stoere, bemoedigende film, maar in Nederland reageerden mensen met “Oh wat zielig, hij heeft geen schoenen.” Daar sta je dan met je mooie missie.

We vergeten soms dat wij dergelijke keuzes kunnen maken vanuit een luxepositie met veel zekerheid. Juist daarom kun je die zekerheid ook loslaten. We kunnen risico’s nemen en met een Nederlands paspoort heb je bijna altijd iets om op terug te vallen als het mislukt. Veel mensen kunnen dat niet en maken andere keuzes vanuit de angst dat iets onbekends misschien verkeerd uitpakt. Het gaat dan niet eens altijd om de mogelijkheden die er zijn, maar om de mentale vrijheid die je in staat stelt ze te gebruiken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *