Interview Sabine Vandeputte (VRT): “Nederland is wel heel erg met zichzelf bezig”

IMG_7327Dit interview verscheen eerder op Debuitenlandredactie.nl

Het nieuwe jaar was nog maar twee dagen oud toen Sabine Vandeputte in 2013 naar Den Haag vertrok. Ze ging daar werken als correspondent voor de Vlaamse VRT. De Vlaamse journaliste heeft deze functie eigenlijk zelf ‘uitgevonden’ vertelt ze. “Ik had al langer interesse in Nederland en merkte dat er veel vraag naar nieuws was. Toen ik aan de hoofdredactie voorstelde om hier heen te gaan vond men dat prima, een beetje tot m’n eigen verbazing.” Maar vanaf april 2015 zal Sabine haar standplaats moeten opgeven, omdat de VRT dan uitsluitend met pop-up correspondenten gaat werken: mensen die voor kortere tijd zich ergens zullen vestigen.

Voelt Den Haag al als thuis?

“Nee, thuis is toch wel in Vlaanderen.”

Moest u erg wennen?

“Nee hoor. Ik was al bekend in Nederland maar ik moest wel wennen aan de stad Den Haag. Het is een beetje de stad van expats, dus het is makkelijk om hier buitenlander te zijn. Het is ook een stad van werken. Mensen komen hier, maar gaan ’s avonds weer naar huis. Ik had liever in Amsterdam gewoond, maar rationeel is dit gewoon een beter keuze.”

Hoeveel belangstelling is er in Vlaanderen voor Nederlands nieuws?

“Ik heb mijn leven lang nog nooit zo hard gewerkt. Continu. En dan werk ik alleen voor de VRT. Er is heel veel belangstelling voor Nederland. Misschien is het wel goed dat de VRT nu met pop-uppers gaat werken, zodat er ook meer nieuws uit andere landen komt. Het is nu soms een beetje onevenwichtig. Aanbod en vraag versterken elkaar ook. Hoe meer je van iets weet, hoe meer je ook wil weten.”

Hebben Vlaamse media meer oog voor buitenlands nieuws dan Nederlandse?

“Dat durf ik niet te zeggen, maar het is wel zo dat Vlaanderen meer aandacht heeft voor Nederlands nieuws dan dat dat andersom het geval is.”

Is Nederland meer in zichzelf gekeerd?

“Nederland is wel heel erg met zichzelf bezig, meer dan Vlaanderen. Maar jullie zijn ook groter en kijken weer naar landen die nog groter zijn, zoals Duitsland, Engeland, Amerika en Scandinavië. België is zo’n beetje het kleine broertje. Daar wordt naar gekeken als er iets leuks of geks gebeurt. De andere kant van de medaille is dat wij rond de jaren ’70 opkeken naar Nederland. Dat is nu wel een beetje gekanteld. Soms heb ik de indruk dat het omgekeerde bijna gebeurt. Er is niet altijd veel interesse, misschien is dat ook een vorm van neerkijken, maar de belangstelling groeit wel. Bijvoorbeeld op gebied van muziek en er zijn nu ook veel Vlaamse bedrijfsleiders hier. Nederlanders zien steeds meer dat er ook goede dingen uit Vlaanderen komen. Mensen zeggen ook wel vaak dat Vlamingen zo mooi spreken.”

Volgt Vlaanderen de Nederlandse trends?

“Er wordt gespiegeld, maar het is niet zo dat wij systematisch volgen. Soms is het ook omgekeerd. We kijken naar elkaar. Soms als voorbeeld en ter inspiratie, maar soms ook om te zien hoe iets niet moet. Voor Fortuyn leek alles hier perfect te gaan. Er waren geen moeilijkheden. Toen werd het ineens tien keer zo interessant. Er gebeurden allerlei rare dingen. Politieke moorden, regeringen vielen om de haverklap. Wat dat betreft is de afgelopen tien à twaalf jaar een ontzettend interessante periode. Sinds die politieke moorden kwam er een soort ommezwaai en realiseerde Nederland zich dat het ook naar buiten moet kijken. Dat ze niet genoeg aan zichzelf hebben. Omdat wij zo klein zijn hebben wij dat altijd beseft.”

Wat zijn onze verschillen en overeenkomsten op mediagebied?

“Hier zijn vooral heel veel media. Allerlei zenders, omroepen, blaadjes. Bij ons is het wat kleiner en overzichtelijker. Er is in Nederland al veel wegbezuinigd, maar er is ook nog veel over. Dat maakt het moeilijk in de zin dat iedereen een eigen invalshoek wil. Ik vind het altijd mooi om te zien hoe alle programma’s hun eigen inkleuring aan een nieuwsfeit proberen te geven. Dat kennen wij niet echt. We hebben een paar commerciële zenders, maar die hebben weinig nieuwsprogramma’s. Vechten om gasten gebeurt soms meer binnen de VRT dan met andere omroepen. Jullie hebben ook nieuwsprogramma’s die half entertainment zijn, zoals Hart van Nederland en PowNews. Dat komt allemaal nog eens bovenop de serieuzere media.”

Vindt u dat een goede ontwikkeling?

“Ik vind het interessant om te zien wat ze allemaal met het nieuws doen. Ik kijk ook graag hoe anderen iets coveren, maar hier heb je er bijna een dagtaak aan om dat allemaal te volgen.”

Zouden er dan minder media moeten zijn?

“Door die onderlinge concurrentie, die heel groot is, heb je heel snel hypes. Dingen worden vaak uitvergroot en belangrijker gemaakt dan ze zijn. Dat is wel iets wat bij ons gelukkig tot nu toe minder het geval is.”

Zit dat misschien ook meer in de aard van Nederlanders?

“Dan verval je echt in clichés, maar jullie zijn wel echt noordelingen. Efficiënt, rationeel, georganiseerd, gericht op geld verdienen. Ook die koopmansgeest, het belerende, een beetje zoals een predikant. Het zit er allemaal in. Ik voel me hier wel zuiders. Meer nonchalant, op zoek naar het compromis en niet zo schreeuwerig.”

Wat is het dat u trok in Nederland?

“Die georganiseerde samenleving, dat intrigeert mij wel. Dat staat dan in contrast met het chaotische zuiden. Als je door Brussel rijdt is het letterlijk en figuurlijk chaos. Hier is alles netjes geregeld, soms op het absurde af. Sommige dorpjes in Zeeland en het Noorden lijken wel te zijn geschilderd door Anton Pieck. Net alsof ze 200 jaar hebben stilgestaan. Daar tegenover is dan het vrijgevochten Amsterdam waar dingen voor het eerst gebeuren, waar dingen worden uitgeprobeerd. Die spanning hangt bijna letterlijk in de lucht, dat voel je zodra je het station uitloopt. En dat is dan allemaal in één land. Verder vind ik het ook gewoon een mooi land. De koeien in de wei, de wolken in de lucht. Ook het Noordzeestrand is veel mooier dan in België. Bij ons is de kust helemaal dichtgebouwd.”

Nederlanders zijn vaak direct en bot. Heeft u daar moeite mee gehad?

“Ik was er wel op voorbereid. Ik wist wel heel goed waar ik naartoe ging. Maar je ondervindt het. Alles gaat hier direct op de man af, positief en negatief. Het wordt er allemaal uitgefloept. Soms is dat nog een beetje schrikken, maar ik pas me aan. Ik ben wel wat assertiever geworden. Als West-Vlaamse ben je dat meestal niet. Op school ben je een goeie leerling als je stil bent. Voor jezelf opkomen is ons amper geleerd. Je moet hier ook wel assertief zijn. Anders ga ik naar een persconferentie en kom ik met niets thuis.”

Wat begrijpt u nog steeds niet aan Nederland?

“Ik heb hier nog heel weinig stakingen en betogingen meegemaakt. Bij ons is dat wel schering en inslag. Als er hier dan iets is, dan is dat zo super georganiseerd dat het effect een beetje wegvalt. Als mensen met een groepje op het Malieveld gaan staan, tja… Of een petitie afgeven op de afgesproken tijd dinsdagmiddag 3 uur; een actie verliest voor mij echt zijn effect. Maar dat systeem bestaat hier en iedereen vindt dat normaal en laat het bestaan. Vanuit Vlaanderen kijkend is dat wel heel raar. Ik heb hier ook nog geen massale dingen meegemaakt. Meestal is er meer politie dan er deelnemers zijn. Er zijn zoveel inspraakorganen en er is zoveel overleg. Blijkbaar is er dan minder nood aan stakingen en betogingen.”

Geef een reactie