Krant bosnie

Dit artikel verscheen eerder op Debuitenlandredactie.nl

Volledig onafhankelijke en onpartijdige media is een utopie. Het gebrek daaraan hoeft ook niet tot problemen te leiden, maar eerlijkheid, duidelijkheid en toegankelijkheid zijn erg belangrijk. In Bosnië-Herzegovina, een land waar veel verdeeldheid is, zijn de media enorm corrupt. Waar normaal gesproken zowel media, politiek als maatschappij de agenda bepalen, stelt Boro Kontić, directeur van Mediacentar Sarajevo, dat in zijn land politici media overtroeven en nog altijd de macht in handen hebben. Jaren na het communisme én de oorlog worstelt Bosnië-Herzegovina nog steeds met haar status als democratie.

Berlusconiaanse praktijken
Mediacentar Sarajevo ondersteunt onafhankelijke journalisten door onder meer het geven van trainingen. Ook voeren ze media-analyses uit; zo was er in de periode voor de verkiezingen afgelopen oktober er extra aandacht voor partijdigheid.

Kontić benadrukt dat ze met name artikelen hadden over de Servische Republiek: “Draško Milinović, hoofd van Dodiks (president van de Servische Republiek, red.) kabinet, is ook de directeur van de publieke omroep RTRS. De oppositie heeft daardoor geen toegang tot deze media. Maar wat kunnen we daaraan doen?”

Een ander voorbeeld is de politicus, mediamagnaat en zakenman Fahrudin Radončić. “Om minister van Veiligheid te worden moest hij afstand doen van zijn krant Dnevni avaz, de krant met de hoogste oplage in Bosnië. Hij verkocht het blad aan zijn vrouw. “Dat is precies waar het probleem ligt. De wetgeving is goed, maar de regels worden niet in de praktijk gebracht”, zegt Adis Susnjar van BH Novinari, de Bosnische journalistenvereniging. Het is dan ook geen verassing dat Radončić in deze krant vooral positief wordt beoordeeld en zijn tegenstanders negatief. Nadat hij gescheiden is van zijn vrouw heeft hij de krant weer in zijn bezit gekregen. Afgelopen verkiezingen in oktober stond hij als Bosniak kandidaat voor het presidentschap.  Hoewel wij in zo’n geval onze vraagtekens plaatsen, zien veel Bosniërs het niet als een probleem, zoals de 57-jarige Abid Jašar: “Ik stem op Radončić. Hij is een goede zakenman en zorgt voor veel werkgelegenheid.”

Mediacentar Sarajevo is onderdeel van de Media Observatory, een regionaal partnerschap om mediavrijheid en pluralisme in Zuidoost-Europa te bevorderen. De vele onderzoeken kaarten aan dat de media in deze regio nog altijd niet naar behoren functioneren. Kontić is negatief over het succes van die onderzoeken. “Ik denk niet dat we er ooit iets mee bereikt hebben. In Bosnië hebben we drie nationalistische groepen die verschillend denken over het land. De situatie is precies hetzelfde als voor de oorlog. Er is niets veranderd.”

Verandering
De samenstelling van de Bosnische regering loopt volgens de grondwet langs etnische lijnen. Volgens sommigen is dit de reden dat het land verdeeld is. Kontić benadrukt dat het nog altijd mensen zijn die de grondwet uitvoeren. “We moeten proberen er het beste van te maken. MCS is opgestart met internationale steun, zowel financieel als op het gebied van kennis werden we geholpen. Nu is ons land niet meer belangrijk genoeg en is het ons probleem geworden. Het is moeilijk om lokaal geld te krijgen, omdat we niet binnen een etnische groep vallen. Ik weet niet of we echt verandering kunnen brengen, want de mensen die we trainen gaan vervolgens werken in de corrupte mainstream media.”

Beperkte mediavrijheid
Susnjar van BH Novinari, die zelf mee deed aan mediamonitoring tijdens de verkiezingsperiode, denkt hier hetzelfde over: Hij schat dat slechts 5% van de Bosnische media onafhankelijk is. “Er was veel minder verslaggeving dan andere jaren. Weinig debat en discussie. Sommige media hebben besloten helemaal niet over de verkiezingen te schrijven. Journalisten zijn niet reactief. Ze stellen geen vragen. Politici bepalen de agenda.”

Zowel informatievoorziening als onderzoek en analyse waren minimaal aanwezig in de media. Politici hoefden zich niet te verantwoorden voor alles wat ze niet gedaan hadden afgelopen termijn. “Publieke media onderwijzen mensen niet op wie ze moeten kiezen, ze geven alleen spreektijd aan een politicus”, aldus Novinari. In Bosnië zijn media vaak ook gebonden aan één van beide entiteiten en soms kiezen ze openlijk partij voor een bepaalde kandidaat. “Vooral in de dorpen leidt dit tot problemen. Mensen weten niet hoe media in elkaar zitten en herkennen partijdigheid niet.”

De journalistenvereniging zet zich ook in om wetten te veranderen en dwingt politici tot het aannemen van nieuwe wetten. Er is weinig transparantie waardoor het onduidelijk is wie welke media beheert. Voor individuele journalisten is het lastig werken in Bosnië-Herzegovina. Ze kunnen vaak hun mening niet uiten, simpelweg omdat ze dan hun baan verliezen. Daarom werkt BH Novinari momenteel aan het aanstellen van een ombudsman. Ze hebben al een hulplijn waar journalisten naar kunnen bellen voor advies of eventueel rechtshulp. Per jaar komen er ongeveer 40 à 50 meldingen binnen van fysieke bedreigingen. Dit aantal is niet hoger tijdens de verkiezingen vanwege de hoge mate van zelfcensuur. “Tot 2006 kregen we steeds minder meldingen per jaar. Daarna werd het weer slechter. Dit kwam door de komst van Dodik.”

Een betere toekomst? “Nee, voorlopig niet,” zegt Adis Susnjar. “Er is wel hoop. Monitoring laat zien dat er al minder aanzet tot haat is. De EU moet ons helpen door politici te dwingen. Verandering moet van binnenuit komen, maar we hebben niet de middelen om hier iets aan te doen. Het Westen is haar interesse in onze media verloren.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *