De ‘gunfactor’ van Carla en Carola

DSC01784

In het Haagse Zomerrapport van Vrij Nederland werd Carla Dik-Faber van de ChristenUnie met een 10 tot beste politicus van het afgelopen parlementaire jaar verkozen. Haar vrouwelijke fractiegenoot Carola Schouten werd derde. Een bijzondere prestatie. Hoe staan deze vrouwen hun mannetje in politiek Den Haag?

Wat dacht u toen u het hoorde?
Dik-Faber: “Eerst was er een beetje ongeloof, maar ook blijdschap. Later hoorde ik de criteria waar ze naar keken. Ze hebben niet naar het standaardbeeld van politiek Den Haag gekeken en geteld hoe vaak mensen in de media komen, maar ook het politieke handwerk is nu meegeteld. Er is echt geprobeerd een compleet beeld neer te zetten en daar ben ik blij mee. Maar je doet het met elkaar. Het is een opsteker voor mijzelf, maar ook voor het hele ChristenUnie-team. Van Kamerleden tot voorlichters en secretaresses.”

Hadden jullie de hoge plek op de lijst ook niet beetje verwacht? Carla Dik-Faber heeft de meeste aangenomen moties en Carola Schouten de meeste interrupties. Dat ziet u niet zomaar over het hoofd.
Schouten: “Ik weet dat ik veel debatten heb gedaan. Dat komt ook omdat we een kleine fractie zijn. Allebei hebben we door onze portefeuilles veel te maken gehad met wetgeving. Bij de commissie-Buitenlandse Zaken gaat het bijvoorbeeld niet om wetten. Dat is een verschil. Ik zie mezelf ook niet als een ‘interruptiekoningin’. Dat valt wel mee. Als je vaak debatten hebt sta je gewoon vaker bij de microfoon. Ik had dit niet van tevoren verwacht en dat is geen valse bescheidenheid.”

Op de voorpagina stond: “U kent haar vast niet, maar zij is de beste op het Binnenhof”. In het artikel wordt u ook neergezet als het “stille werkpaard”. Wat vindt u daarvan?
Dik-Faber: “Ik zit inderdaad niet bij de talkshows. De rest van de fractie soms wel, maar dat betekent niet dat ik niet zichtbaar ben. Ik sta geregeld in de kranten en ook in het radiojournaal worden quotes van mij gebruikt. Ik denk dat ze het vooral hebben neergezet om een contrast duidelijk te maken. Ik ben dan niet degene die het meest op tv te zien is, ik sta wel op nummer één. Maar dat ik superonbekend zou zijn en volledig anoniem, daar herken ik mezelf totaal niet in.”

Is het een bevestiging dat het wel meevalt met de oppervlakkigheid in Den Haag en dat media-aandacht niet per se nodig is om een goed politicus te zijn?
Dik-Faber: “Wat maakt je nu een goed politicus? Dat ben je wanneer je je idealen kunt verwezenlijken. Dat is waarvoor we allemaal in de Kamer zitten. Aan het begin van deze periode zijn we op pad gestuurd door de kiezers met een verkiezingsprogramma. Je hebt de media dan wel nodig om te laten zien wat je voor elkaar hebt gekregen in de Kamer. Op het gebied van de zorg zijn de discussies vaak ook heel technisch. Dat is voor journalisten lastig om over te schrijven. In het artikel van Vrij Nederland wordt een voorstel van mij aangehaald. Samen met andere partijen hebben we ervoor gezorgd dat duizenden meervoudig complex gehandicapte kinderen nu thuis kunnen blijven wonen met adequate financiering. Dat staat dan niet op de voorpagina van de Volkskrant of de NRC, maar reken maar dat al díe mensen weten wie dat geregeld heeft. En dat kun je in de praktijk ook merken. Daarnaast heb ik ook veel landbouwdebatten gevoerd over onder andere mestwetgeving. Daar gaat RTL Late Night nooit een item van maken. Dat weet ik zeker. Media-aandacht is voor een aanzienlijk deel afhankelijk van de portefeuilles.”

De hoge plaats op de lijst geeft aan dat jullie werk effect heeft. Dat is toch waar u het voor doet?
Schouten: “Dat klopt, maar ik doe mijn werk hier niet om in lijstjes te komen. Niets is zo vergankelijk als lijstjes. Volgend jaar kan ik ineens weer onderaan staan. Carla is bijvoorbeeld bezig met het Syndroom van Down. Daar komt geen motie of amendement aan te pas, dus dat wordt niet gemeten in de lijstjes, maar ze zet wel een thema op de kaart en dat doet ze heel knap.” Tegen Carla: “Het klopt trouwens wel dat je een werkpaard bent hoor. Dat zie je misschien wel terug op de lijst. Er wordt gewoon hard gewerkt. Het is wel gaaf als je je idealen kunt omzetten in daden. Er zijn ook jaren dat je heel hard werkt en er niets wordt aangenomen omdat de coalitie alles wegstemt. Het resultaat is er dan niet, maar je werkt niet minder hard.”

Jullie partij zat als gedoogpartner ook in een goede positie afgelopen jaar. Hadden jullie nog liever in het kabinet willen zitten om nog meer invloed te hebben?
Schouten: “We hebben de afgelopen jaren wonderlijke mogelijkheden gehad. Ik weet niet of we meer invloed hadden gehad als we in het kabinet gezeten hadden. We konden nu meepraten over de begroting omdat er in de Eerste Kamer geen meerderheid was voor het kabinet. Maar dat wisten we ook niet van te voren. In de politiek moet je daar dan handig op reageren.”
Dik-Faber: “We hebben veel uren overleg op de ministeries gehad, vooral Carla als woordvoerder Financiën. Door de positie waarin we zitten konden we in gesprek met het kabinet en zo  wetsvoorstellen in onze richting duwen.”
Schouten: “Er zijn veel voorstellen waar nu nadrukkelijk een ChristenUnie-stempel op gedrukt staat. Carla heeft dat heel duidelijk in de zorg gedaan. Zelf heb ik de bezuinigingen op de nabestaandenwet van tafel gekregen. Daarnaast hebben we nu extra geld voor ontwikkelingshulp en voor werkgelegenheid in de regio. Als je in de politiek zit en je krijgt kansen, dan moet je ze wel grijpen. Niet tegen elke prijs, want je moet wel het totale pakket voor je rekening kunnen nemen.”

Ook al zijn het maar lijstjes, het is duidelijk dat jullie effectief werken. Is dit christelijke politiek, ChristenUniepolitiek of is het jullie persoonlijke werkstijl?
Schouten: “Ik geloof niet dat ik de politiek van Christus doe. Je staat als christen in de politiek, waarin je elke keer met een open Bijbel zoekt naar de antwoorden op de vragen van deze tijd. We pretenderen niet dat we het altijd bij het rechte eind hebben of de goede keuzes maken. Wat ons wel erg sterk bindt, is dat we op de dinsdag als de kamerweek begint, wij ook samen met gebed en Bijbellezen beginnen. Daar halen we onze kracht, wijsheid en inzicht uit. Als het niet goed gaat, hebben we ook iets om op terug te vallen. Dat is wat ons ten diepste drijft om de politiek van recht en gerechtigheid na te streven.”

Het politieke spel is ook hard. Hoe staan jullie daar als christenen in?
Dik-Faber: “Het is inderdaad ontzettend moeilijk om hier in de politiek een ‘mooi mens’ te blijven. Het is vaak best wel knokken om je punt erdoor te krijgen. Je moet continu op jezelf letten dat je het spel op een eerlijke manier blijft spelen. Je kunt als einzelgänger slinks te werk gaan, maar uiteindelijk heb je elkaar nodig om meerderheden te krijgen. Ik kijk altijd zoveel mogelijk hoe ik samen met anderen iets kan bereiken.”
Schouten: “Je moet niet denken dat je zelf een beter mens bent omdat je christen bent. We houden elkaar daar ook wel alert op. In de fractie bespreken we hoe we moeten omgaan met dilemma’s. Er zit ook wel een grote gunfactor in Den Haag. Als je op een nette manier politiek bedrijft kunnen collega’s je ook dingen gunnen. Het is niet alleen een slangenkuil met haat en nijd. Dat is niet mijn ervaring.”
Dik-Faber: “Het verschilt wel per commissie.”
Schouten: “Je kunt echt wel effectief zijn zonder een naar mens te worden. Dat heeft Carla bewezen.”
Dik-Faber: “Het debat kan heel fel kan zijn, maar buiten de debatten om zijn de contacten heel collegiaal. We weten van elkaar waar we naartoe op vakantie gaan en hoe het met de kinderen gaat.”

Sommigen zeggen dat de politiek niet de plek is waar je idealen verwezenlijkt. Denken jullie daar anders over?
Dik-Faber: “Ik was laatst bij Opwekking. Daar was een meneer bijna boos op mij. Hoe kun je christen zijn en in de politiek actief zijn? Hij zei: “Het enige wat je kunt doen is van deur naar deur gaan en mensen vertellen over het evangelie en ze bekeren. Dat is wat God van ons vraagt. In Den Haag is niets meer te bereiken. Je moet de harten van mensen bereiken.” Dat is heel goed dat hij dat doet en heel mooi dat hij dat talent heeft gekregen, maar dat is mijn roeping niet. Ik voel het echt als een roeping om in de Kamer actief te zijn. Ik heb het niet gekozen, het is op mijn pad gekomen. Het zal nooit een hemel op aarde worden, absoluut niet, dat zie ik ook. Maar je probeert toch in de gebroken wereld die er is het goede te zoeken voor de samenleving en ervoor te zorgen dat het goede tot bloei kan komen.”
Schouten: “Ik geloof dat God ons ieder op een eigen plek gebruikt. Dat kan in de evangelisatie zijn, in de politiek, maar ook als vrachtwagenchauffeur. Jezus gebruikt ook de gelijkenis van de talenten. Ieder krijgt zijn talent en het gaat erom wat je daar mee doet. Dat wil niet zeggen dat er maar één talent goed is. Jezus zegt: onderzoek waar jouw talent ligt en zet dat in tot mijn eer. Soms moet je even zoeken naar wat dat concreet betekent, maar dat is ook het spannende van het geloof. Hoe kun je op jouw plek doen wat goed is?”

Wanneer komt de eerste vrouwelijke lijsttrekker voor de ChristenUnie? Het zou een bekroning op jullie werk zijn.
Schouten: “Dat is een erg grote vraag. Het is helemaal niet de manier waarop ik in mijn werk sta. Echt niet.”
Dik-Faber: “Het enige doel is voor dit moment is van dag tot dag het goede doen. Ik ben niet met de toekomst bezig. Bijvoorbeeld wel met het Syndroom van Down. Hoe kan ik ervoor zorgen dat we een ‘inclusieve samenleving’ zijn?  Ik ben niet bezig met lijstjes of met toekomstige politieke posities. Het zou raar zijn als dat je doel is in de politiek.”
Schouten: “Dan houd je het hier ook niet vol.”

Geef een reactie