Een vriendschap met eenzame ouderen

“Tim is een speciale vriend voor mij geworden”, zegt Leen de Groot. Deze 64-jarig oude man krijgt regelmatig bezoek. Tim Kind is hier vanuit Tijd voor een Oma. Dit is een initiatief wat hij zelf bedacht heeft als onderdeel van Stichting Humanitas. Studenten worden gekoppeld aan ouderen die wel wat gezelschap kunnen gebruiken. Ongeveer 25 jongeren doen hier nu aan mee. Inmiddels is Tim weer druk met zijn studie, maar zijn eigen maatjes blijft hij bezoeken.

tijdvooreenoma

Eenzaamheid onder ouderen
Meneer de Groot heeft erg weinig contact met familie. Op zijn vijftiende verliet hij zijn streng christelijke dorp Sliedrecht omdat zijn homoseksualiteit niet geaccepteerd werd. “Sommige zussen heb ik al 30 jaar niet gezien. Ze komen nu soms langs om geld van mijn oude moeder te brengen. Dan vind ik het wel erg leuk ze weer eens te zien.” Meneer de Groot kwam na een hersenbloeding en vier herseninfarcten in een zorgwoning terecht. Hij was slecht ter been, kende daar niemand en kwam weinig buiten. Een buurtconsulent vroeg hem of hij behoefte had aan meer gezelschap en zo kwam hij bij Tijd voor een Oma terecht.

Inmiddels heeft meneer De Groot een scootmobiel en bloeit zijn sociale leven weer een beetje op. “Ik ben niet eenzaam hoor, maar heel veel mensen hier wel. Die zitten maar op hun kamer en komen nooit buiten. Tim doet heel veel voor mij. Vaak kletsen we een beetje, soms drinken we een borreltje.” Ook op zorgniveau kan een maatje veel voor een oudere betekenen, bijvoorbeeld door mee te gaan naar het ziekenhuis of door huurtoeslag aan te vragen.

In Rotterdam zegt één op de vier ouderen zich wel eens eenzaam te voelen en de gemeente is daarom een campagne gestart om dit tegen te gaan. Aniko Hazelebach heeft het stokje overgenomen van Tim Kind en is nu coördinator voor Tijd voor een Oma. “We zijn een dochterproject van het Ouderen Project van Humanitas. Dit valt onder de afdeling sociaal isolement van de gemeente Rotterdam. We krijgen subsidie om alles draaiende te houden. We werken steeds meer samen met de gemeente. Dit betekent ook meer rapportage om die subsidie te behouden.” Aniko geeft aan dat dat soms wel vervelend is. Het zorgt ervoor dat zij en de vrijwilligers meer werk moeten doen.

Collectieve diensten
Tim werkte, net als veel andere studenten, in de huishoudelijke hulp. “Voorheen was er veel tijd voor koffie en een praatje. Ik bouwde echt een persoonlijke band op met die mensen. Je bent meer dan een medewerker. Er was één man van 92, meneer van der Klauw en hem zag ik echt meer als vriend. Ik hielp hem met van alles. Met zijn computer, zorgverzekering etc.”

In 2013 werd het hele systeem veranderd en mocht er nog maar één zorgaanbieder per deelgemeente zijn. Tim werkte in Alexander, maar Humanitas moest dat afstaan aan Aafje. Hij raakte zijn vaste cliënten kwijt, maar bleef langsgaan bij meneer Van der Klauw. “Ik heb toen bij Humanitas geholpen met de overheveling van de cliënten. Ik zag vooral dat er veel uren weggingen. Veel diensten zijn nu collectief, waardoor de thuishulp minder tijd overhoudt. Ik bedacht toen dat er eigenlijk ook een aparte dienst voor dat sociale aspect moest komen.”

Matching
“We doen altijd intakegesprekken met zowel de student als de oudere. Het is altijd weer de vraag of de klik er daadwerkelijk is. De meeste studenten die zich aanmelden hebben een intrinsieke motivatie om dit te doen, dus meestal gaat dat wel goed. Het moet vooral vanzelf gaan en niet als een verplichting voelen. Dat het een waardevolle bijdrage levert in het leven van beide.”

Studenten moeten zich ook bewust zijn van het belang van goede communicatie. Meneer De Groot geeft aan dat hij er altijd naar uitkijkt als Tim langskomt. “Hij komt altijd zijn afspraken na. We hebben een goede band opgebouwd. Tegen Tim kan ik alles vertellen.”

De gemeente lijkt nog te worstelen met haar beleid voor eenzame ouderen. Komende tijd krijgt iedereen boven de 70 een bezoek en zal geïnventariseerd worden wie extra bezoek krijgt. “Volgens mij hebben ze nog geen plan wat ze daarna gaan doen. Je moet het juist meer koppelen aan de kanalen die er al zijn. Bijna elke oudere heeft wel huishoudelijke hulp of thuiszorg. Deze hulpverleners zien veel beter wat een cliënt nodig heeft dan een ambtenaar die een keer langskomt.”

Geef een reactie