Ga naar de inhoud

Nederland gaat militairen leveren aan Europese vredesmissie in Bosnië

Nederland gaat meer militairen leveren aan de Europese vredesmissie in Bosnië. Dat zegt minister Kajsa Ollongren van Defensie. Volgens haar is het juist in deze tijd noodzakelijk om voor rust en stabiliteit te zorgen op de Balkan, in ‘onze achtertuin’. Om hoeveel militairen het gaat is nog niet duidelijk.

De Europese vredesmacht EUFOR heeft al sinds het einde van de oorlog in 1995 de taak om de stabiliteit in Bosnië te bewaken. “We vinden het belangrijk dat het op de Balkan rustig blijft en stabiel is”, aldus Ollongren.

Stabiliteit bevorderen

Sinds het einde van de Bosnische oorlog in 1995 is er een NAVO-vredemissie die de taak heeft om toe te zien op de naleving van het vredesverdrag. De militaire vredesmissie staat sinds 2004 onder leiding van de Europese Unie onder de naam EUFOR Althea. Tussen 2004 en 2017 leverde Nederland ook al een bijdrage aan deze missie. 

Nederland gaat al vier stafofficieren leveren aan het hoofdkwartier in Sarajevo, maar Ollongren wil meer leveren. “Wij willen ook militairen daarnaartoe sturen die als onderdeel van de EU-aanwezigheid de stabiliteit bevorderen.”

Russische en Chinese invloeden

“Het is er onrustig”, zegt Ollongren over Bosnië. “We zien ook dat de oorlog in Oekraïne ervan invloed is. Russische invloeden, Chinese invloeden. Dat soort onrust willen we eigenlijk niet in Europa.”

Vandaar dat Nederland een grotere bijdrage aan de missie gaat leveren. “Europa vindt het belangrijk om de rust te bewaren en te zorgen dat bevolkingsgroepen daar niet tegen elkaar worden opgezet en we hopen daar een bijdrage aan te kunnen leveren.”

Want ruim 27 jaar na de oorlog is de vrede in Bosnië nog altijd fragiel. “Ik zou zeggen dat het gewapende conflict in Bosnië in 1995 is gestopt, maar de oorlog zelf is nooit gestopt”, zegt politiek analist en mensenrechtenactivist Edvin Kanka Ćudić. “Alleen de wapens zijn veranderd. Het is nu een psychologische oorlog.”

Bosnië is op politiek gebied nog altijd sterk verdeeld langs etnische lijnen. Nationalistische politici stoken de boel graag op om ook verdeeldheid onder de bevolking te zaaien. Een Europese militaire missie is daarom volgens Kanka Ćudić nog altijd nodig. 

Vooral de Bosnisch-Servische president Milorad Dodik zorgt voor onrust. Hij kwam eind 2021 met concrete plannen om een deel van het land af te scheiden. Dat voorstel staat momenteel in de wacht. Een directe crisis is daarmee van de baan, maar de internationale gemeenschap blijft op haar hoede. Ook omdat Dodik regelmatig op bezoek gaat bij de Russische president Poetin.

EUFOR-militairen moeten bijdragen aan de opbouw van het land, bijvoorbeeld door het trainen van politie en het leger. Een deel van hen woont tussen de Bosniërs en is als het ware onderdeel van de maatschappij. Hun aanwezigheid en zichtbaarheid moet ervoor zorgen dat onderliggende spanningen niet uitgroeien tot iets groters. 

Grenzen bewaken

“Ik denk dat als EUFOR uit Bosnië zou vertrekken, met dit politieke systeem en de situatie in het land zoals die nu is, dat de inleiding zou kunnen zijn voor een mogelijk conflict”, zegt Kanka Ćudić. “Zolang EUFOR aanwezig is, worden de grenzen van ons land bewaakt.”

Om hoeveel militairen het gaat is nog niet duidelijk, zegt Ollongren. “Dat moeten we nog bekijken. Maar het gaat erom dat we een eenheid leveren die, samen met de eenheden van andere landen, zorgt voor rust en stabiliteit.”

‘Rust op Balkan belangrijk voor Brussel en Den Haag’ 

“Je ziet dat de Europese Unie en – dus ook Nederland – zich meer richt op de landen op de Balkan”, zegt politiek verslaggever Fons Lambie. “De vrees is dat landen als Rusland en China anders te veel invloed krijgen. In december was er voor het eerst een speciale Europese top op de Balkan, Bosnië werd kandidaat-lid. Men heeft de Balkan nodig, voor de aanpak van migratie. En hebben Brussel en Den Haag alle belang om de rust te bewaren.”

Bij dit verhaal maakte ik ook een televisiereportage. Deze is op verzoek verkrijgbaar.